Blauwbaard (2000)

Mijn tweede roman ontstond op een veel kleiner eiland dan Australië: Tobago. Ik was er in de winter en las er een boek van Marina Warner over sprookjes: From The Beast To The Blonde.

In die studie plaatst Warner sprookjes in de tijd van hun ontstaan, en geeft ze aan welke maatschappelijke betekenis deze toen wellicht hadden. Zo analyseert ze ook het sprookje Blauwbaard, over de kasteelheer die zijn vrouwen een voor een vermoordt en hun lijken verbergt in het enige kamer waar de opvolgster nooit mag komen. Gaat zij toch kijken, dan bekoopt ze dat met de dood.

Misschien, zo betoogt Warner, gaat dat sprookje wel over de risico’s van trouwen. Want trouwen leidde vroeger bijna onvermijdelijk tot zwanger raken, en sterven in het kraambed was een lot dat veel vrouwen trof. Hun mannen, ook als ze stukken zachtaardiger waren dan Blauwbaard, werden dan weduwnaar. En trouwden opnieuw.

Gezeten in de schaduw van een palmboom begon ik te denken aan een moderne invulling. Huwelijken eindigen gelukkig nog maar zelden met de dood in het kraambed, maar des te vaker door een scheiding. Bergen we onze oude liefdes dan ook op in psychologische kamertjes van Blauwbaard? En gaan we daar nog wel eens binnen?

In mijn eigentijdse versie verschijnt een ex in het leven van de hoofdpersoon, die als archeoloog in het verleden graaft. Ook zijn echtgenote, een psychiater, laat deze vrouw hun leven binnen. Bloed op de sleutel, zou je kunnen zeggen. En geen zuster Anna die gaat kijken of er al redding op komst is.

Zuiderkruis (1999)

Welke roman is je het dierbaarst, vragen lezers weleens. Ik zeg altijd: de laatste. Daar heb ik het meest recent nog aan gewerkt, die is nog het meest actief aanwezig in mijn neurale netwerken. Maar een eerste roman: die blijft bijzonder. Zeker als het boek meteen een bestseller wordt.

Zuiderkruis ontstond toen ik door Australië fietste, niet op zoek naar een boek, maar juist afscheid nemend van het proefschrift dat ik net had geschreven. Daarvoor was ik afgereisd naar de leegte van het zuidelijk halfrond, waar je aan de nachthemel het Zuiderkruis ziet staan.

Maar op die lege wegen, zo bleek, werd ik opgemerkt door iedereen die mij zag fietsen, met het volgende dorp pas honderd kilometer verderop. Haast zichtbaar trok ik er zo een spoor. En ik begon te denken aan de sporen die wij allen trekken in elkaars leven.

Zo ontstond het verhaal van Floor, de wereldreiziger die altijd wegvlucht uit haar leven, en Emma, de vriendin die altijd achterblijft. Wanneer Floor verdrinkt in de Stille Zuidzee, gaat Emma eindelijk zelf op reis.

Obsessief volgt ze Floors spoor door Australië, Nieuw-Zeeland en de Stille Zuidzee, haar in alles imiterend, rusteloos op zoek naar echo’s om de stilte van de dood te doorbreken, en naar het antwoord op twee vragen: wat betekende ik voor Floor, en waarom kwam zij niet meer terug?

Jaarverslag Arbeiderspers

He is a small golden bear, stands at nearly 22 inches tall and wears an old red color t-shirt. This bear is undoubtedly the world’s most loved and revered bear. He has little brains and does a lot of silly things and his love for honey (hunny) is endless, yes the bear is none other than everyone’s favourite bear – Winnie the Pooh. The 1st chapter of Winnie-the-Pooh book was published on December 24, 1925 while the entire book written by A. A. Milne was released on October 14, 1926. All over the world his birthday is celebrated with much fanfare on 14th October. Winnie the Pooh is also called Pooh Bear or just Pooh. He is best friends with every one in the 100 Acre Wood. The first thing he says when he gets up in the morning is “what’s for breakfast”. Pooh invented the game ‘Poohsticks’. Things he likes to do is to exercise in the morning, go on an adventure with Christopher Robin or Piglet, visiting friends who he thinks hav

Redactiewerk

He is boy for whom Winnie-the-Pooh was originally written. He is also a part of the stories and poems written by his father A.A. Milne. He is the master of the 100 Acre Woods. Christopher Robin’s address in the forest is – Top of the Forest (High Ground), 100 Acre Wood East. He is everyone’s best friend and mostly indulges in activities to help his friends to get them out of tricky situations, most of the times it’s the silly old Pooh bear that he helps. He will help Pooh collect honey, he will rescue Roo & Tigger when they are stuck in high trees in the forest and shall nail Eeyore’s tail. His favorite food is probably Birthday cake and one of his favourite things to do is hosting birthday and hero parties. But what he likes doing best is Nothing; “It means just going along, listening to all the thing’s you can’t hear, and not bothering”.

Driehoeksverhuizing

Toen ik vorig jaar een oude boerderij kocht, op een heuveltop in de Eifel, dacht ik eraan hoe ik die plek zou bezoeken om er van het uitzicht te genieten, om eens voorzichtig na te denken over de vochtproblemen, en om te schrijven.

Inmiddels ken ik de contouren van de heuvels aan de overkant van het dal. De achterkant van het huis is deze week afgraven. En ik zit graag te werken in de twee kamers die al zijn afgewerkt. Daarna ga ik weer naar mijn eerste huis.

Maar het tweede huis blijkt niet gedwee te wachten, zoals ‘die ander’ in een driehoeksverhouding tussen mensen. Het tweede huis bezoekt mij ’s nachts, wanneer het zich zorgen maakt over de drainage. Dan beloof ik de volgende ochtend met de Tiefbaumeister te gaan bellen. En meestal doe ik dat dan ook.

En overdag verleidt het tweede huis mij met het beeld van ochtendmist in het dal en de zon die net boven de heuvelrand uitkomt. Dan beloof ik snel weer te komen en een gebloemd tafelkleed mee te nemen, of een oudboeren bordenrek.

Aanvankelijk dacht ik aan wat het huis mij zou geven. Nu denk ik ook aan wat het huis nodig heeft van mij.

Niet weten dat je Molly heet

Als schrijver handel je in woorden. Je noemt de dingen bij hun naam, al komen ze niet aanrennen als je roept. Een hond heeft geen vocabulaire. Molly kijkt wel op als ik haar naam zeg, maar ze weet niet dat Molly haar naam is.

De ervaring heeft haar slechts geleerd dat het bij deze klanken de moeite waard is om even op te kijken, net zoals ze weet dat wanneer ik de ketel vul ze net zo goed nog even in haar mand kan gaan liggen: we gaan voorlopig niet uit. Maar wat een ketel is, en een kraan, en waarom ik deze handeling verricht, daarvan heeft ze geen idee.

Als ik na een wandeling in de regen bij de tuindeur Molly’s poten schoonmaak tilt ze heel coöperatief een voor een haar achterpoten op. Dat we dit doen om pootafdrukken op de lichtgelakte planken te voorkomen: daarvan heeft ze geen idee. We doen het gewoon, en ze werkt graag mee.

Op de foto zit Molly in mijn rode busje. We hebben net hout gehaald voor een vloer in de Eifelboerderij (zie Schrijver & Eifelboerderij). Ze kijkt alsof ze alles doorgrondt: waar het busje toe dient, waar het hout voor is en wat de zin is van het leven.

In werkelijkheid heeft ze geen idee wat een busje is, vindt ze hout iets om op te knagen en vraagt ze zich over het leven niets af. Juist daarom is een hond goed gezelschap voor de schrijver. Noem mij bij mijn diepste naam, vragen de romanpersonages. Ik weet niet dat ik Molly heet, zegt Molly.

De wording van ‘En het vergeten zo lang’

Tijdens het schrijven van En het vergeten zo lang (2010), over de vergeten eerste echtgenote van Pablo Neruda, hield ik een blog bij. Klik hier om dat te lezen. Inmiddels is er nieuwe informatie over Maruca aan het licht gekomen: tijdens de laatste drie weken voor de bevrijding van kamp Westerbork was zij daar een van de gevangenen. Ter gelegenheid van de de 70-jarige herdenking van de bevrijding van Westerbork schreef ik op uitnodiging een portret van haar’:  http://bevrijdingsportretten.nl/portret/maruca-reyes-hagenaar/.